Slaapproblemen

Goed slapen, dat maakt zoveel verschil

SKILZ interviewt Dederieke Festen, voorzitter van de werkgroep Slaapstoornissen

Slaapproblemen bij ouderen en verstandelijk gehandicapten komen vaak voor. Zo blijkt uit de eerste GOUD studies (AW Gezond OUDer worden met een verstandelijke beperking) bijvoorbeeld dat 72% van de ouderen (50+) met een verstandelijke beperking tenminste één slaapprobleem bleek te hebben en dat dat bij de meesten van hen niet vooraf bekend was. Dederieke Festen is Universitair Hoofddocent bij het Erasmus MC en arts voor verstandelijk gehandicapten. Als voorzitter van de werkgroep is Dederieke nauw betrokken bij de ontwikkeling van een kwaliteitsinstrument voor Slaapproblemen. Tijd om eens nader kennis te maken.

Ervaring en toewijding

Dederieke: “De impact van slaapproblemen is groot. Dat werd mij ook al duidelijk toen ik in het verleden onderzoek deed naar slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen bij mensen met een verstandelijke beperking. Het werd me toen ook duidelijk dat dit een relatief nieuw onderzoeksveld is. Er is nog niet veel onderzoek gedaan naar slaapstoornissen bij beide doelgroepen. We vertrouwen op de ervaring en de toewijding van de zorgprofessionals en mantelzorgers. Maar de wetenschappelijke onderbouwing, die mist nog wel eens. Daarom ben ik blij dat we nu goed georganiseerd gaan werken aan een richtlijn.”

Sleutel ligt in de multidisciplinaire aanpak

“De sector is toe aan een professionaliseringsslag als het gaat om slaapproblemen bij ouderen en verstandelijk gehandicapten,” vertelt Dederieke, maar dan wel vanuit een multidisciplinaire aanpak. “Ik ben eerder betrokken geweest bij het opstellen van de richtlijn voor probleemgedrag bij mensen met een verstandelijke beperking. Daar waren patiënten/cliënten en hun wettelijk vertegenwoordigers vanaf het begin nauw bij betrokken. Dat bredere perspectief zorgt ervoor dat de richtlijn vanaf het eerste moment echt gedragen wordt door de zorgprofessionals, mantelzorgers en de patiënten/cliënten.”

Uitwisseling met andere werkgroepen

Bij het opstellen van de richtlijn speelt de praktijkimplementatie een grote rol. Dederieke: “Als werkgroep moeten wij ook nadenken over hoe zo’n richtlijn in de praktijk terecht komt. Daarom zie ik er erg naar uit om ervaringen uit te wisselen met de andere werkgroepen binnen SKILZ. Hoe kijken zij naar de implementatiefase? Hoe bied je een richtlijn zo aan dat deze goed toe te passen is? Welk formaat of middel is dan het meest geschikt? En hoe brengen we zo’n richtlijn echt naar de goede plek in de organisatie?” 

Gedegen voorbereiding

Zo ver is het echter nog niet. Op dit moment is de werkgroep Slaapproblemen volop bezig met de voorbereiding. Dederieke: “We willen de juiste vertegenwoordiging vanuit het werkveld en het patiënt-/cliëntperspectief. Dat begint al met de invulling van het voorzitterschap. Mijn expertise ligt vooral bij mensen met een verstandelijke beperking. De vicevoorzitter van de werkgroep is een specialist ouderengeneeskunde. Samen vullen we het voorzitterschap in. Die evenwichtige verdeling zie je ook terug bij de overige leden van de werkgroep. Op die manier bestrijken we samen het hele aandachtsgebied en kunnen we de doelgroepen heel precies definiëren. Dat luistert nauw, want dat betekent al meteen een inkadering.” Als de voorbereiding is afgerond, start de werkgroep met de knelpuntanalyse. Die knelpunten leiden vervolgens tot de uitgangsvragen. Dederieke: “Omdat dit een relatief nieuw onderzoeksveld is, weten we nu al dat literatuuronderzoek waarschijnlijk niet voldoende is om antwoord te geven op de uitgangsvragen. We zullen ook echt praktijk- en ervaringsonderzoek moeten inzetten om alle kennis boven tafel te krijgen. Daar houden we in de voorbereiding al rekening mee.”