Wilsbekwaamheid

In de zorgpraktijk van de langdurige zorg komen dilemma’s over wilsbekwaamheid regelmatig, zo niet dagelijks voor. Wanneer is iemand wilsbekwaam ter zake en wanneer niet (meer)? We gaan er tegenwoordig vanuit dat zorgprofessionals de patiënt/cliënt zoveel mogelijk ondersteunen bij de eigen beslissingen over zorg en behandeling. Pas als dat niet meer lukt, wordt een expliciete wilsbekwaamheidsbeoordeling overwogen. Dit is voor hulpverleners een aansprekende benadering.

Het kwaliteitsinstrument Wilsbekwaamheid beschrijft het onderzoeken, vaststellen en vastleggen van wilsbekwaamheidsbeoordelingen door specialisten ouderengeneeskunde, artsen verstandelijk gehandicapten, gedragsdeskundigen en eventuele andere professionals. Ook gaat het instrument in op wat een formeel vastgelegde wilsbekwaamheidsbeoordeling betekent in de praktijk. Bovendien behandelt het kwaliteitsinstrument manieren om cliënten/patiënten zo goed mogelijk te ondersteunen bij het nemen van (medische) beslissingen.

Stand van zaken

Op initiatief van procesbegeleider Francine van den Driessen Mareeuw is een werkgroep samengesteld die bestaat uit afgevaardigden van Verenso, NVAVG, V&VN, NVO, NIP, Alzheimer Nederland en Kansplus. Ook is aan de werkgroep een onafhankelijk jurist toegevoegd. Cees Hertogh (Verenso) is de voorzitter van de werkgroep en Katrien Pouls (NVAVG) de vicevoorzitter. Een klankbordgroep met daarin afgevaardigden van een breder palet aan organisaties leest op gezette tijden mee met het werk van de werkgroep.

De komende periode werkt de werkgroep aan het vaststellen van uitgangsvragen; op welke vragen, gebaseerd op knelpunten uit de praktijk, moet het kwaliteitsinstrument antwoord geven? Daarnaast werkt de werkgroep aan het beantwoorden van de uitgangsvragen met behulp van literatuur of andere methoden en het schrijven van de eerste conceptteksten van het instrument.

De instrumenten