Infectiepreventie

SRI-richtlijn Opvang en afvoer van urine en faeces 

“De richtlijn gaat keuzes faciliteren” 

Ingrid Spijkerman is voorzitter van de SRI-werkgroep Pospoelers en Vermalers. Zij is arts-microbioloog bij het Amsterdam UMC en vanuit haar expertise op het gebied van infectiepreventie betrokken bij de ontwikkeling van deze richtlijn.  

‘Het veilig omgaan met urine en faeces van een patiënt en het voorkomen van besmetting van de omgeving, medewerker en andere patiënten, dat is de kern van de richtlijn. Een belangrijk onderwerp, stelt Ingrid. ‘Want hoe doe je dat goed? Welke hulpmiddelen kun je gebruiken? Er leven veel vragen, ook omdat er veel manieren zijn om hiermee mee om te gaan. De richtlijn moet keuzes gaan faciliteren.’ 

‘We zijn van start gegaan met de richtlijn Pospoelers en vermalers, maar al snel bleek er veel samenhang met de richtlijn Urinelozing en Stoelgang. We hebben daarom besloten beide thema’s samen te voegen tot de richtlijn Opvang en afvoer van urine en faeces. Deze verbreding biedt ons de mogelijkheid de richtlijn vanuit de essentie in te vullen en minder vanuit hulpmiddelen. Die komen natuurlijk aan bod, maar door het samenvoegen starten we vanuit de behoeften en vragen rondom het veilig opvangen en afvoeren van urine en faeces, en maken we daarna de stap naar het hoe en de manieren waarop dit veilig kan. Beide richtlijnen waren gelukkig allebei aan de beurt voor revisie, dus het nu in één keer herzien is ook nog heel efficiënt.’ 

Uitdagingen 

Uit de knelpuntenanalyse is gebleken dat er veel vragen en knelpunten zijn rond dit thema. Ook de situatie is van invloed op keuze voor methodes en systemen.  

‘Er liggen veel uitdagingen om mee aan de slag te gaan voor deze richtlijn. Zo is een verpleegomgeving anders dan een ziekenhuisomgeving en vergeet de setting van de thuiszorg niet. Welke methode kies je? Wat past het beste bij welke omgeving? Onder welke voorwaarden? Ik wil met deze richtlijn graag bereiken dat we instellingen en zorgprofessionals helpen een goede keuze te maken die bij hun situatie past. Daarom willen we een keuzehulp ontwikkelen die inzicht geeft in de voor- en nadelen van methodes en systemen van opvang en afvoer van urine en faeces, maar ook welke risico’s er zijn en hoe je die kunt verminderen. Hierdoor weet men goed wat een keuze inhoudt of dat er nog extra dingen geregeld moeten worden. Ook eisen aan riolering en ruimtes spelen een rol. Het is belangrijk te realiseren dat de risico’s die je niet accepteert op een verpleegafdeling van een ziekenhuis wel acceptabel zijn in een woonzorgcentrum voor ouderen, waar echt wordt samen geleefd. Dus welke risico’s zijn er en wat is acceptabel? Dat weegt ook mee in een keuze voor een bepaald systeem of methode. Gelukkig zijn er veel hulpmiddelen voor opvang en afvoer van urine en faeces voorhanden die voor elke situatie toepasbaar zijn. Instellingen en zorgprofessionals met een dergelijke keuzehulp ondersteunen, lijkt me tegelijk een prachtig doel en resultaat van deze richtlijn.’  

Verschil WIP-richtlijn 

‘Er zijn algemene verschillen met de eerdere WIP-richtlijnen. We zullen een andere methode van opstellen gebruiken, en de opbouw en uitgangsvragen zullen anders zijn. Maar de thema’s zelf zijn basaal en de oude WIP-richtlijnen zijn degelijk opgesteld. Natuurlijk zullen we zaken gaan aanscherpen, want de tijd brengt vernieuwingen mee. Onderwerpen die eerder nog geen aandacht hebben gekregen, zullen dat nu wel krijgen. Een voorbeeld. Zo willen we niet dat urinalen met de hand worden schoongemaakt, maar we weten dat dit wel gebeurt. Dan is belangrijk in te gaan op hoe je dat dan wel doet. Welke persoonlijke beschermingsmiddelen kan je dan gebruiken? Alternatieven beschrijven is dus belangrijk en zal aandacht krijgen in de richtlijn. Maar denk ook aan duurzaamheid. Dat gaat me persoonlijk aan het hart.  Het gebruik van hulp- en beschermingsmiddelen is een groot onderdeel van deze richtlijn. De bedoeling is om duurzaamheid mee te laten wegen in de afwegingen om te kiezen voor bepaalde hulp- en beschermingsmiddelen. Op die manier hopen we de impact op het milieu zo klein mogelijk te houden met behoud van veilige zorg.’