Proactieve zorgplanning

Proactieve zorgplanning: bijdragen aan een mooie en goede afronding van het leven

Het gesprek aangaan met kwetsbare cliënten over hun wensen en doelen rondom medische zorg en behandeling, is van grote invloed op de kwaliteit van leven. De SKILZ-handreiking Proactieve zorgplanning in de langdurige zorg, speelt hierop in en geeft aanbevelingen aan zorgverleners om hiermee aan de slag te gaan.  

Judith Peters is arts VG, en namens de NVAVG als vicevoorzitter van de werkgroep betrokken bij de ontwikkeling van de handreiking. Daarnaast heeft ze ook veel ervaring opgedaan binnen de ouderenzorg als verpleeghuisarts. 
 
Accent  

‘Het accent in de SKILZ-handreiking ligt op de kwetsbare cliënten in de ouderenzorg en zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, omdat het gesprek met hen over zorg en behandeling anders is. Het gaat vaak om mensen die gedeeltelijk of geheel wilsonbekwaam ter zake zijn. Dat vraagt om andere gespreksvaardigheden en een andere bejegening om het goede te doen voor de cliënt. Dit is een extra dimensie en met deze handreiking willen we daarvoor handvatten geven. Want zorgverleners weten nog onvoldoende wanneer je een dergelijk gesprek houdt, wat je moet bespreken, wie je betrekt etc.’ 

Op de kaart zetten 

‘Het is van groot belang dat proactieve zorgplanning bekend gaat worden’, stelt Judith. ‘De inzet hiervan is van grote meerwaarde voor kwetsbare cliënten. Deze gesprekken moet je op tijd voeren, laagdrempelig en in alle rust, zodat je de mensen leert kennen. En hen vragen kunt stellen over wat voor iemand belangrijk is. Wat ze nog graag willen. Ik gun mensen dat ze, door hier met zorgverleners samen over na te denken, het laatste deel van hun leven kunnen invullen zoals zij wensen. Dat is waar de handreiking aan wil bijdragen.’ 

Praktijk 

‘In de praktijk zie je dat kwetsbaarheid een lastig te definiëren begrip is. Het is een belangrijke basis in deze handreiking. Kwetsbaarheid in de VG-sector is anders dan in de ouderenzorg. Bij een oudere ontstaat kwetsbaarheid vaak geleidelijk en daardoor wordt er binnen de ouderenzorg anders op ingespeeld. Zo zijn er meestal gesprekken bij opname in het verpleeghuis over wensen en behandeling. Binnen de VG-sector gaat vaak het om mensen die hun hele leven al kwetsbaar zijn. Hierdoor wordt vaak niet goed onderkend en herkend dat gesprekken over invulling van het laatste levensdeel van belang zijn, omdat ze bijvoorbeeld al bijna hun hele leven in een zorginstelling wonen. De handreiking zal ingaan op hoe je proactieve zorgplanning start en organiseert. En om zo bij te dragen aan eerdere inzet ervan zodat mensen hun leven mooi en goed kunnen afronden.’ 
 
‘Het verschil in sectoren is tegelijkertijd een uitdaging en verbindend geweest in de ontwikkeling van de handreiking. Door het erover te hebben met verschillende disciplines kom je erachter wat een andere zorgverlener doet en waar je elkaar wel of niet kunt aanvullen. Een voorbeeld. De handreiking heeft een medische insteek, maar zingeving is een belangrijk onderdeel. Daarom is de rol van de geestelijk verzorgers ook essentieel. Juist de verbinding met hen en de andere disciplines zorgt ervoor dat je perspectieven verbindt, waardoor het een gezamenlijk proces wordt met de cliënt. Want het is niet alleen maar medisch. Juist in deze tijd waarin we het steeds moeilijker lijken te vinden te praten over sterven en de dood, zorgt proactieve zorgplanning voor een goede begeleiding hierbij.’ 

‘Daarom is er voor de aanbevelingen gekozen om gezamenlijk op te trekken waar het kan, en onderscheid te maken waar nodig. Dat is een dynamisch en positief proces geweest. Daarom is het ook zo waardevol het multidisciplinair op te pakken. En natuurlijk is het belangrijk dat de handreiking straks door diezelfde praktijk wordt gedragen.’ 

Samen 

Tijdens de ontwikkeling is er regelmatig contact geweest met IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland) en NIV (Nederlandse Internisten Vereniging) die beide ook kwaliteitsinstrumenten ontwikkelen voor vergelijkbare thema’s, geeft Judith aan. ‘Dat is nuttig omdat je veel van elkaar leert, afstemt en naar elkaar kunt verwijzen. Zo ontstaan er geen tegenstrijdige adviezen voor het werkveld voor verschillende situaties. Daarnaast willen we een lans breken met de handreiking om ervoor te zorgen dat afspraken over proactieve zorgplanning met de cliënt meegaan, zodat inzicht mogelijk is op meerdere plekken. Want ook een cliënt met een verstandelijke beperking kan in het ziekenhuis terecht komen, en dan is het goed dat een arts weet dat ook een arts VG betrokken is. Dat er overlegd kan worden.’  

Uitnodiging 

Tot slot merkt Judith op dat het meedoen in deze werkgroep echt verrijkend is geweest. ‘Ik kan het echt iedereen aanraden. Het kost wat tijd en energie, maar het is van grote meerwaarde. En het is gewoon goed te doen door de manier waarop het traject door SKILZ gefaciliteerd wordt en deels online is. Zo kunnen we echt slagen maken wat betreft de ontwikkeling van richtlijnen. Ik wil iedereen graag uitnodigen deze handschoen op te pakken.’