Slaapproblemen

‘Het welzijn van de cliënt wordt zó sterk bepaald door de nacht, daar kunnen we niet omheen.’  

Slaapproblemen komen bij cliënten in de langdurige zorg vaak voor. De oorzaak hiervoor is divers en niet eenvoudig te achterhalen. Oorzaken kunnen biologisch zijn, maar ook van psychische aard. De richtlijn die SKILZ hiervoor ontwikkelt, wil handvatten bieden om slaapproblemen beter in kaart te brengen en te behandelen.  

Annelies Smits is arts VG en betrokken bij de richtlijn Slaapproblemen. Ze is somnoloog (slaapgeneeskundige) en betrokken bij het Centrum voor Consultatie en Expertise en SEIN (Stichting Epilepsie Instellingen Nederland). We gingen met haar in gesprek. Want ook al slapen we allemaal en klinkt het zo makkelijk, het onderwerp is complexer dan het op het eerste gezicht lijkt.  

Annelies Smits

Geen pasklaar antwoord 

‘Wat precies een slaapprobleem is, daar is geen pasklaar antwoord op’, geeft Annelies aan. ‘Mensen zonder beperkingen kunnen door ervaring aangeven dat ze slecht slapen en hulp zoeken voor een mogelijk slaapprobleem. Maar als je dat niet kunt aangeven, dan wordt het een stuk lastiger. En dat geldt voor een deel van de ouderen of mensen met een verstandelijke beperking in de langdurige zorg. Want gedrag of onrust wat voortkomt uit slechte slaap wordt dan vaak door anderen ervaren.  

De laatste jaren is duidelijk geworden dat slapen de uitkomst is van wat je de rest van de dag doet. Een slaapprobleem gaat niet over de nacht, maar over de 24 uur in de dag én de nacht. Dat maakt het ingewikkeld. Veel factoren kunnen van invloed zijn op slaap, zoals een zorgafhankelijke context en hoe het leven van een cliënt ingericht is, maar ook welke oorzaak er mogelijk speelt of vanuit welk perspectief gekeken wordt.’  

Invloeden 

Slaap is een systeem dat zich continu aanpast aan de prikkels die je krijgt. Het is een dynamisch geheel. Door de complexiteit van slaap en omdat het bij elke cliënt anders is, is het in kaart brengen van een situatie lastig. En het bepalen van een aanpak ook. Zorgverleners geven regelmatig aan dat ze door de spreekwoordelijke bomen het bos vaak niet meer zien.  
Het slaapsysteem van mensen met een verstandelijke beperking raakt sneller van slag. Wat wel of niet van invloed is op iemands slaap, is moeilijk te achterhalen omdat het op veel vlakken kan spelen. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe begeleiders. Daar moeten cliënten logischerwijs aan wennen, dus slapen ze een tijdje misschien wat slechter. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te bedenken die van invloed kunnen zijn. Bepalen of er sprake is van een slaapprobleem of een slaapziekte  is daardoor moeilijk. En dat is een van de grootste uitdagingen van deze richtlijn: zorgverleners de juiste wegwijzers geven in de diversiteit van het onderwerp slaap.’ 

Effect van slaapproblemen 

Hoe je kijkt naar het effect van een slaapprobleem, heeft sterk te maken met verschillende perspectieven, stelt Annelies. ‘Kijk je bijvoorbeeld naar gedragsproblemen, wat is dan een gedragsprobleem? We weten dat de beheersing van impulsief of fysiek gedrag onder druk komt te staan door slecht slapen. Bij mensen met een verstandelijke beperking gebeurt dit sneller, omdat deze hersenfuncties al beperkter zijn. Het is niet moeilijk om dan te bedenken dat zij extra prikkelbaar kunnen worden overdag en in een vicieuze cirkel terecht kunnen komen. Het kan dan worden benoemd als een gedragsprobleem, terwijl het aan de slaap ligt. Vanuit welke perspectief je kijkt is dus zeker van belang.’  

Goede slaap en slaapzorg 

De richtlijn Slaapproblemen wil bijdragen aan goede slaap. ‘Bij goede slaap functioneert iemand goed. Bij onze doelgroep roept dat de vraag op wat goed functioneren is. Hoe bepaal je dat en wie doet dat? Werkwijzen en visies verschillen tussen de ouderenzorg en de VG-sector. Ouderen hebben een andere voorgeschiedenis dan een dertiger met een verstandelijke beperking. In de VG-sector is er meer sprake van ontwikkelingsgericht denken, omdat het om mensen van alle leeftijden gaat. Daardoor wordt er anders gekeken naar het functioneren. Maar in hoe je cliënten ondersteunt, daarin vind je elkaar. Hoe richt je dat in? Welke dagprogramma’s maak je? Of welke bedtijden gebruik je in combinatie met werkroosters van medewerkers? Daarin kan je ideeën uitwisselen en van elkaar leren. Dat geldt ook voor slaapzorg; dat wat je een cliënt biedt om tot goede slaap te komen. Welke keuzes maak je daarin? Bied je een cliënt juist extra activiteiten of nabijheid bij het in slaap komen? En hoe flexibel mogen zorgverleners daarin zijn vanuit hun organisaties om maatwerk te leveren?  

Wegwijzer 

Annelies is blij met de toenemende aandacht voor slaap. ‘Met de richtlijn willen we zorgverleners vooral ondersteunen in hoe met slaap aan de slag te gaan. Logische handvatten geven zodat gedaan wordt wat nodig en effectief is. En een wegwijzer bieden in kennis, hulpmiddelen en routes die er op het gebied van slaap zijn. Met als doel recht doen aan de cliënt. Dat zou een prachtig resultaat van deze richtlijn zijn en een belangrijke toevoeging voor het werkveld. Slapen je cliënten lekker en zitten ze goed in hun vel, dan heb je de juiste balans gevonden. En hebben we het als zorgverleners goed gedaan.’ 

In 2023 wordt de richtlijn Slaapproblemen gepubliceerd.